ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Engel des Heren

 

Bode van God 

De Engel des Heren in het Oude Testament is de eeuwige Christus zelf. We kunnen ook vertalen: bode van de HERE

We lezen van Mozes in Ex. 3: 2 Daar verscheen hem de Engel des HEREN als een vuurvlam midden uit een brandende braamstruik.

Dat was voor een herder een heel gewoon gezicht. Wat brandende takken was een normaal verschijnsel in de woestijn waar bedoeïenen kamperen.

 Niet ieder vuurtje wordt gedoofd.

Bremstruik verteert niet

Opvallend is dat de bremstruik niet verteerd wordt. Het vuur manifesteert de Heilige die al wat zondig is verteert. De bremstruik is Gods heilig volk.

Gods presentie betekent oordeel.

Gods vlammen slaan door zijn eigen volk. Er moet heel wat worden weggebrand.

Toch is de braam groen gebleven. God is een verterend vuur, maar toch genadig!

De Elohim van Abraham Izaäk en Jakob openbaart zich hier als Jahweh:

Ik ben die Ik ben. De beste vertaling is de Getrouwe. Het brandend braambos is Christussymbool.

Voor Vaders eigen zoon werd Vaders minnevuur tot hellebrand.

Het vuur van dit brandende braambos is geen gezellig kampvuur, waaromheen iedereen als vanzelf een kring vormt.

Het is in Exodus  3 geen beeld van de ruimte van de kerk, een stralingsveld, waarvan je niet kunt zeggen waar de grens is. Integendeel het vuur heeft hier een doorlichtende functie.

God als een meervoud

Het vuur heeft in Exodus. een openbaringskarakter. God openbaart zich als Elohim. Dit Hebreeuwse woord is een meervoud waarin je de Levensstroom hoort klotsen.

De Engel des Heren zegt vervolgens  ‘Kom niet dichterbij, doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop ge staat is heilige grond.

Toen verborg Mozes zijn gelaat want hij vreesde God te aanschouwen’.

Het vuur van de brandende braamstruik veronderstelt niet ruimte, gezelligheid maar eerbied en distantiebesef.

Wat is het bijbelse beeld van ruimte in de kerk ? Dat is niet het kampvuur, maar het in Christus zijn. Dat is ook de bodem waarin we geworteld zijn.

 

Ook in Zacharia

Ook in het boek Zacharia kom je de Engel des Heren tegen.

In Zacharia 3: 1 ‘Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande vóór de Engel van Jahweh, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen. Jozua nu had vuile kleren aan terwijl hij voor de Engel stond’

Hier is duidelijk dat deze Engel geen gewone engel is.

In de NBG wordt hij terecht met hoofdletters geschreven. Welke engel zal kunnen zeggen ‘Hierbij reinig ik je van alle ongerechtigheid’ ?

Dit moet méér dan een engel zijn. Dit is Christus in eigen Persoon.

Die vuile kleren van Jozua kon Hij niet achteloos aan de kant gooien'

Hij moest ze zelf aantrekken.

Dat heeft Hij gedaan op Golgotha.

En toen satan Hém erom aanklaagde, was er niemand die het voor Hem opnam. Ondertussen liep Jozua allang in feestgewaad.

Voor Jozua worden niet alleen de vuile kleren uitgetrokken. Geef maar hier, zegt de Engel des Heren.

Feestkleed cadeau

Op zijn beurt ontvangt Jozua dan een feestelijk gewaad. Hier zie je ook de gedachte van de eeuwige ruil, waarover Augustinus schreef: Christus zegt: geef mij van wat van u is, Ik geef u wat van Mij is. Luther sprak van een vrolijke ruil!

 Engel naast God?  

 Is Jezus een Engel naast God? Dat schrijft Ds André Troost. Je kunt niet zeggen ‘Jezus is God’ schrijft hij. En hij voegde er aan toe:” Nergens heeft Jezus ook gezegd “Ik ben God”. Ja dat is waar maar Hij heeft alles gedaan wat alleen God kon doen en gedaan heeft! Zonden vergeven, Doden opwekken, brood vermenigvuldigen enz.Jezus zou in de beleving van gelovigen pas God worden nadat de kerk zich had losgemaakt van het Jodendom en de meerderheid van christenen van heidense afkomst was? Dat was een gangbare mening vroeger.’Jezus is God’ zou een latere ontwikkeling zijn onder invloed van het Griekse denken. Jezus als God zou een liturgische laatbloeier zijn. De Joden wilden beslist geen mens als God vereren en de kerk zou pas tot de belijdenis  van Jezus goddelijke afkomst zijn gekomen, toen zij zich had losgemaakt van het Jodendom.

Griekse invloed?

Dit is klinkklare onzin. De kerk is ontstaan uit Joodse schokeffecten bij de opstanding van Jezus. De ongelovige Thomas bijvoorbeeld was er helemaal onderste boven van:Het is toch waar? Jezus toch opgewekt? Als hij Jezus de verrezene ontmoet , kan hij alleen maar uitbrengen “Mijn Here en mijn God.” En heus niet pas toen hij beïnvloed was geworden door het Griekse denken.  Uit de vroegste brieven van Paulus die we dateren rond het jaar 50, blijkt dat allerlei vormen van verering van Jezus al zijn ingeburgerd en dat zijn naam wordt uitgesproken bij de doop. De vroeg-christelijke hymnen die we in de teksten ontdekten, prijzen Jezus als God! Vanaf het vroegste begin van de christenheid wordt Jezus al als God aanbeden.   Jezus is ook niet geschapen als de engelen, luidt de kerkelijke belijdenis, maar gegenereerd, voortkomen uit de Vader. God is niet denkbaar zonder Jezus Christus. God heeft nooit geleefd zonder Hem. Als we in Christus God zelf niet ontmoeten, kennen we God niet werkelijk. Zonder Christus denken we dat God in wezen zo is als wij, dat het Hem om macht gaat. Buiten Christus kunnen we God niet kennen. We kunnen zeggen “Als Christus niet helemaal God is, is Hij helemaal niet God.

Christus is helemaal God of Hij is het helemaal niet.

Als Christus niet helemaal God is, worden we niet door God verlost.